Camp Liberty: Regen in de gevangenis

Stemmen uit Camp Liberty: Een brief over het leed van zieken en mensen met beperkingen in een kamp waar represailes en mensenrechtenschendingen aan de orde van de dag zijn.

In het interneringskamp Camp Liberty nabij Bagdad moeten ca. 3.000 Iraanse asielzoekers, waaronder honderden vrouwen, elke dag voor hun leven vrezen. Als vastbesloten tegenstanders van extremisme en fanatisme lopen ze acuut gevaar door extremistische terreurgroepen aangevallen te worden, die in opdracht van het Teheraanse regime in Irak optreden. Tegelijk worden de Iraanse ballingen door de Iraakse troepen, die Camp Liberty controleren, met zware mensenrechtenschendingen gekweld. Alarmerende berichten uit het kamp beschrijven vooral een wrede medische verzorgingsblokkade, die steeds meer dodelijke slachtoffers onder de vluchtelingen eist.

Hieronder leest u een brief van de Iraanse balling Bahman Bakhshi uit Camp Liberty:

 Het is drie uur op een regenachtige namiiddag in Camp Liberty. Sommigen noemen dit kamp de Liberty-gevangenis. Het is een van de laatste koude dagen van de winter. Ik moet mijn dikke wollen sokken en mijn gebreide handschoenen dragen, om in mijn erg koude woonbarak warm te blijven. Bovendien draag ik een sjaal om mijn nek. Deze sjaal met zijn witte strepen betekent zeer veel voor mij. Hij herinnert me aan mijn dode vriend Bijan. Hij werd met Kerstmis 2013 gedood, toen het in Camp Liberty regende noch sneeuwde. Maar die dag regende het dodelijke raketten op ons.

Ik kijk door mijn raam, dat anders dan in andere winters niet beslagen is. Ik herinner mij mijn kinderjaren, toen ik met mijn vingers op de beslagen ramen tekende. In Camp Liberty zijn er geen beslagen ramen. De troeppen, die het kamp controleren, laten niet toe dat we van voldoende brandstof en stookolie voorzien worden.

Zoals ik nu naar de regen kijk, dwalen ook mijn gedachten af. Ik kijk door het raam naar de hemel, waar zich wolken opstapelen. Voor veel mensen is regen een teken van genade en overvloed, lenteregen een symbool van het leven, van groei en bloei voor alle mensen en voor de boerren een zegen … 

 

 

Ik ben diep in deze gedachten verzonken, als plotseling een regendruppel langs het raam omlaagloopt en mijn ogen hem naar beneden volgen en ik uit mijn gedachten wakker geschud word. Nu ben ik met mijn aandacht niet meer boven in de wolken, maar beneden op de grond, op de modderige straat, die naar onze woonbarakken leidt. Regen verandert straten in Camp Liberty steeds in een chaos uit modder en vuil. Vooral voor de zieken is het dan moeilijk lopen buiten, zodat men liever helemaal niet naar buiten gaatt. Het lopen gaat moeizaam.

Door het raam zie ik mijn vriend Ali, die met moeite probeert tot bij onze  woonbarak te komen, en zich daarbij van zijn krükken bedient. Bij een aanval van terroristen van het Iraanse regime heeft hij een been verloren. Nog altijd zijn zijn verwondingen zichtbaar. Hij had een keer een afspraak in een ziekenhuis in Bagdad voor een beenprothese, maar de Iraakse troepen hebben hem niet uit het kamp gelaten. Hij had een tolk als begeleiding nodig, daar hij geen Arabisch spreekt of verstaat, maar een begeleidende persoon werd door de kampleiding niet toegestaan.

Ali is door en door nat. Ik pak mijn paraplu en loop hem snel tegemoet. Maar het is te laat. Ondanks zijn krukken verliest hij zijn evenwicht. Ik ren naar hem toe, maar hij glijdt uit en valt op de grond, vooraleer ik hem kann opvangen ...

Een uur later ...

Ali ligt op het bed om wat uit te rusten. Maar de regen, die nog steeds aanhoudt, begint door het plafond te lekken. We bezitten niets om de lekken in de plafonds van deze oude wooncontainers te stoppen, want de Iraakse troepen staan ons nog niet eens toe plastic  zeilen het kamp binnen te brengen.

Weer geef ik mij over aan mijn gedachten. Ditmaal blijf ik hier op aarde en vlieg niet boven in de wolken. Ik moet aan vroeger denken, toen ik in de krant las dat de hoge luchtvervuiling hier „zure regen” veroorzaakt, die schadelijk is voor het milieu.

 

 

Mijn dromen duren niet lang. Ditmaal is het mijn andere medebewoner, Reza, die zwaar ademend en helemaal nat van de regen binnenkomt. Ook hij is ziek en komt net van de ziekenafdeling van het kamp, waar hij een injectie gekregen heeft. Zoalng hij niet in een ziekenhuis buiten het kamp kan behandeld worden, heeft hij deze injecties nodig tegen de pijn. Hij lijdt erge pijn, soms wel een uur lang, tot de medicamenten beginnen te werken. Het is onverdraaglijk te moeten toezien hoe hij van de pijn kronkelt. De Iraakse arts in de ziekenafdeling van het kamp had een ziekenhuisbehandelng in Bagdad voor hem georganiseerd, maar elke keer werd door de Iraakse kampleiding een rit naar het ziekenhuis verboden.

Ik ben weer in gedachen. Saadi, een Iraanse dichter, geloofde dat, als een orgaan pijn doet, het hele lichaam pijn lijdt. Misschien hadden de mannen en vrouwen, die toentertijd de Verenigde Naties opgericht hebben, daarbij ook deze gedachte, maar nu denk ik aan de onvervulde beloften die de vertegenwoordigers van de UNO ons, bewoners van Camp Liberty, gedaan hebben …

Ik zou willen dat ik met mijn gedachten weer de hemel en de wolken kon bereiken, maar het is te laat. De pijn en het lijden van mijn medebewoners eisen al mijn aandacht op. Ik denk aan Mohammad ibn Zakaria Razi, de grote Iraanse scheikundige. Hij schreef: „Laat de genezing van een ziekte te lang op zich wachten, dan is de oorzaak daarvoor ofwel onkunde van de arts of ongehoorzaamheid van  de patiënt”. Ik geloof dat, als hij kon zien, wat hier in Camp Liberty gebeurt, hij zijn uitspraak zou herzien:

Ziekten kunnen om drie redenen lang duren: de onkunde van de arts, de ongehoorzaamheid van de patiënt of een opzettelijke misdaad tegen de menselijkheid, doordat zieken belet wordt naar een arts te gaan. 

 

STFA, Stichting van de familieleden