Een Iraanse parlementariër: Meer dan 1.000 mensen zijn omgekomen, de mensen lijden honger en hebben geen tent

• AFP Nieuwsagentschap: De meeste aan de mensen verstrekte hulp kwam van particulieren

• Obstructie bij de distributie van particuliere hulp en diefstal door de repressieve strijdkrachten

Opmerkingen van de parlementariër van Kermanshah, Ahmad Safari, 72 uur na de aardbeving zijn een klip en klare bekentenis van het feit dat het enige wat de corrupte en criminele leiders van het regime totaal koud laat het lijden van de mensen is. Woensdag 15 november verklaarde Safari na een bezoek aan Sarepol-e-Zahab, Qasr Shirin en Salas Babajani: "Dit is de Dag van het Herstel. Meer dan 1.000 mensen zijn omgekomen ... Ik ging naar een dorp waar ze me vertelden dat ze op de eerste dag 20 mensen begraven hadden. Deze mensen zijn niet meegeteld in het dodencijfer. In één enkele straat in Sarepol-e-Zahab werden 70 mensen gedood. Meer dan 250 mensen stierven in de sociale Mehr-woonwijk.

.... Na 72 uur hebben de mensen honger. Er komt naar sommige dorpen geen enkele hulp, zo heeft het dorp “Gholmeh Zahab” een bevolking van 80 huishoudens en hulp heeft hen nog steeds niet bereikt. Dat geldt eveneens voor het dorp Beyamah Oliya. Slechts zowat 10% van de dorpen heeft tenten gekregen. Er zijn dorpen waar 90 procent van de bevolking gevlucht is. De nationale radio en TV behandelt dit alles alsof alles in orde is "(ILNA-nieuwsagentschap).

Onder dergelijke omstandigheden verklaarde de minister van binnenlandse zaken onder Rouhani, Rahmani Fazli: "Een van onze prioriteiten was veiligheid en orde. In termen van  organisatie, distributie en vindingrijkheid was de geboden hulp echter niet adequaat. De elektriciteit was uitgevallen, net als de watervoorziening en het gas, waardoor bijvoorbeeld de bakkerijen geen brood konden bakken. "(Radio Farhang, 15 november).

Deze bekentenissen maken deel uit van de catastrofe, waarbij het regime de voornaamste rol speelt bij diens uitbreiding en verlenging. De omvang van de ramp is veel groter. Een jonge vrouw vertelde dat er 75 lijken in haar dorp begraven werden. Een jongen vertelt over de dood van ouders, broers en zussen, oom en tante, grootmoeder en neef ... Alle 34 feestvierders waren dood. 9 Personen van een 10-koppig gezin zijn omgekomen. Een groot aantal gewonden zijn in aanwezigheid van hun verwanten gestorven ten gevolge van de miserabele staat van de ziekenhuizen en het gebrek aan bloed- of serumvoorraden aldaar. Anderen zijn gestorven door de nachtelijke koude, waaronder drie jonge kinderen en een vrouw. “Overlevenden in Iran gingen de straat op om te protesteren tegen het gebrek aan onderdak en voedsel,” meldde het persbureau Reuters op 13 november in een bericht over de toestand van de door de aardbeving getroffen bevolking in West-Iran. De Iraanse regimefunctionarissen hebben de reddingsoperatie beëindigd onder het voorwendsel dat het niet langer mogelijk was mensen (levend) aan te treffen. De mensen blijven het moeilijk hebben om voedsel, water en onderdak te scoren. Maryam Ahang, die 10 familieleden in Sarpol-e-Zahab verloor, vertelde Reuters huilend aan de telefoon: "We lijden honger. We leven in de kou, we zijn dakloos, we worden alleen gelaten in deze wereld ... we hebben twee nachten in de kou doorgebracht. Waar blijven de donaties? ... Sommige mensen zijn kwaad om de verwoesting van hun huis dat gebouwd was met het sociale Mehr-huisvestingsplan. "

Tegelijk hebben de repressieve strijdkrachten de komst van particuliere hulp naar Sarpol-e-Zahab tegengehouden, en de hulpgoederen van de vrachtwagens en auto’s geladen en in beslag genomen. Op de uitvalsweg van Divandareh hebben ze vrachtwagens, beladen met tenten, tegengehouden en deze tenten gestolen onder het voorwendsel dat de hulp door de Rode Halvemaan zou verdeeld worden ... Op de weg van Kermanshah naar Sarpol-e-Zahab stalen de agenten van het regime ca. 2000 tenten en dekens.

Als het regime de particuliere hulpgoederen niet zou stelen en de distributie ervan niet zou hinderen, dan zou het probleem van de aardbeving al opgelost zijn. "In landelijke gebieden, 10 kilometer ten noorden van Sarpol-e-Zahab, waar het AFP-team (Agence France Press) langs kwam, kwam het grootste deel van de afgelopen woensdag uitgedeelde hulpgoederen van particuliere personen," meldde het persbureau.

De officiële regerings-Entekhab-site schreef op 15 november: "Meer dan duizend ontheemden moesten de straat op gaan om daar zonder dak boven hun hoofd te overnachten en ze hebben nog steeds geen provisorische tent gekregen ... Hulp komt wel de door de aardbeving getroffen plaatsen binnen, maar het is onduidelijk wat er dan mee gebeurt ... Er zijn nog steeds plaatsen waar 90% van de huizen verwoest is en geen enkele functionaris op bezoek geweest is, en waar de mensen gedwongen zijn de nacht met hun kinderen op vochtige landbouwgrond door te brengen."

“De tent, dekens en vrees voor de koude zijn de steeds weer terugkerende verhalen in de door de aardbeving getroffen gebieden. De meeste mensen kijken in eerste instantie uit naar de uitdeling van tenten, dekens en verwarmingsfaciliteiten,” meldde het ISNA-nieuwsagentschap op 16 november."