Iran: Onafhankelijke Vakbonden Veroordelen Harde Optreden tegen Demonstranten

10 januari 2018


Om recente protestbijeenkomsten in het land te ondersteunen, hebben Irans onafhankelijke vakbonden gezamenlijke verklaringen afgegeven om de manier waarop het regime met de demonstranten omgaat te veroordelen.

De vijf onafhankelijke groepen – de Vrije Vakbond van Iran, de Kermanshah Vakbond voor Arbeiders in de Metaal en Elektra, het Schilders-syndicaat, Vereniging van Verdedigers van Arbeidersrechten en het Comité ter Bevordering van het Opzetten van Vakbonden in Iran – hebben een gezamenlijke verklaring afgegeven, waarin het doden door het regime van meer dan 20 demonstranten, evenals de arrestatie van bijna 2.000 mensen, onder wie 100 studenten, in verschillende steden door het hele land, wordt veroordeeld.

In hun gezamenlijke verklaring, hebben de onafhankelijke vakbonden verwezen naar het harde opreden van het regime tegen demonstranten als “de oorlogsverklaring van de regering tegen massa’s mensen die genoeg hebben van de ellendige toestand van het land.”

De verklaring zegt, na de opmerking dat voortdurende verspreide demonstraties nu zijn veranderd in razende protesten, dat “het gewelddadiger optreden slechts leidt tot meer mensen die de straat opgaan en dat het hun protesten urgenter zal maken en meer focus geven.”

De vijf onafhankelijke vakbonden benadrukken dat alle Iraanse mensen – inclusief arbeiders, leraren, studenten, vrouwen en ieder ander onderdrukt individu – het recht hebben om op straat bijeenkomsten te houden en eraan deel te nemen en zij hebben verklaard dat “zij het beschieten van de demonstranten door het regime beschouwen als misdaad.”

 “Zij, die na bijna 40 jaar vanaf de revolutie van 1979 niets anders gedaan hebben dan het scheppen van een sfeer van angst, onderdrukking, verduistering, plundering van de rijkdom van het land, verspreiding van armoede en ellende en vernietiging van de economie van het land, zijn er nu verantwoordelijk voor dat de voortdurende protesten de kant van geweld op worden geduwd”, luidt de verklaring.

De Vrije Vakbond van Iran, de Kermanshah Vakbond voor Arbeiders in de Metaal en Elektra, het Scilders-syndicaat van de provincie Alborz, de Vereniging van Verdedigers van Arbeidersrechten en het Comité ter Bevordering van het Oprichten van Vakbonden in Iran hebben aangekondigd, dat zij de protesten onderschrijven die de onderdrukte arbeiders en de bevolking van Iran hebben geuit om grote, humanitaire veranderingen te brengen. De vijf onafhankelijke vakbonden hebben ook gewaarschuwd voor de consequenties van het harde optreden tegen demonstranten door het regime en voor de mogelijkheid dat het soort misdaden die plaats hebben gevonden in het detentiecentrum Kahrizak in 2009 zich herhalen.

De verklaring doet ook een beroep op alle gevangenissen in het hele land om hun deuren open te zetten en de gevangengezette demonstranten en allen die al maanden en jaren vast zitten voor hun zoektocht naar vrijheid en rechtvaardigheid vrij te laten.

Inspelend op de recente demonstraties in het hele land hebben de vakbonden vorige week ook een gezamenlijke verklaring afgelegd, waarin ze het regime oproepen om een eind te maken aan armoede en ellende en aan de politiek van intimidatie, onderdrukking en gevangen zetten door het regime.

Intussen hebben ook de Syndicaten van Buschauffeurs van Teheran en Omgeving en ook de arbeiders van Haft-Tappeh Sugarcane Company een gezamenlijke verklaring afgelegd om de manier waarop het regime de demonstranten behandelt te bekritiseren en ze zeggen dat gewelddadig hard optreden tegen demonstranten niet het antwoord zou moeten zijn aan de bevolking die het beu is.

Zij leverden ook kritiek op de economische politiek van de afgelopen decennia, als bron van problemen zoals lonen die vijf maal onder de armoedegrens liggen, niet uitbetalen van achterstallige salarissen, toenemende privatisering, ontbreken van werkzekerheid en tijdelijke en lege getekende contracten.

Terwijl dit jaar het minimum maandloon is vastgesteld op 930.000 tomans, worden de minimale maandelijkse uitgaven van huishoudens van de werkende klasse geschat op twee miljoen 550 duizend (2.5550.000) tomans, volgens de directie van de ‘Gholamreza Abbasi’, het Verbond  van Vakbonden van het regime.

De beide syndicaten hebben de legitimiteit benadrukt van demonstraties van arbeiders en leraren en van stakingen, waarbij zij benadrukten dat deze desalniettemin zijn beantwoord met slaan, beschieten, zweepslagen en gevangenzetting.


De verklaring wijst er ook op, dat de onafhankelijke vakbonden van arbeiders en leraren niet alleen niet erkend worden door het regime, maar dat zij met geweld worden behandeld en dat ook zelfs aldoor tegen het recht op demonstratie en op het vormen van onafhankelijke bonden, om hun rechten als werkenden uit te oefenen, van mensen die de grondwet van het regime erkennen, met geweld wordt opgetreden.