Lid van Metal Band veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf op beschuldiging van “duivelse muziek”

30 maart 2018

Nikan Khosravi, een lid van de Iraanse metal band “Confession”, ging van Iran naar Turkije om zijn gevangenisstraf van zes jaar voor het produceren van metal-muziek te ontlopen, verklaarde hij op 29 maart 2018.

“De ondervragers hadden mijn Engelse liedjesteksten vers voor vers [naar het Farsi] vertaald en vroegen heel precies naar een aantal woorden en vertelden me dat ik een Satan-aanbidder was en niet in God geloofde,” verklaarde Khosravi.  “Ze dachten werkelijk dar ik een slecht persoon was. Ze vroegen wie mij financieel ondersteunde en welke contacten ik had.”

“Ze zeiden dat mijn liedjesteksten politiek van aard waren, maar ik was pas 21 en niet geïnteresseerd in politiek, en had er ook geen verstand van,” zei hij. “maar als je in Iran leeft,  doordringt politiek je hele dagelijkse leven vanaf de dag van je geboorte, en daarom zit politiek ook in mijn teksten.”

Khosravi, 23, en het band-lid Arash Ilkhani, 24, werden gearresteerd door de Islamitische  Revolutionaire Garde (IRGC) op 9 november 2015, een paar dagen na het verschijnen van hun tweede album, “In Pursuit Of Dreams.” Ze werden ervan beschuldigd “duivelse” muziek gemaakt te hebben.

In die tijd maakte de band gebruik van een door Khosravi in zijn slaapkamer gebouwde muziekstudio in Teheran. Hij en Ilkhani studeerden Engels om teksten te kunnen vertalen aan de nabije Roudehen Azad Islamitische Universiteit.

Alle Iraanse kunstenaars, waaronder schilders, filmmakers, fotografen en schrijvers, moeten de toelating hebben van het Ministerie van Cultuur en Islamitische Moraal om hun werk in Iran te mogen publiceren.

Wie publiceert zonder toelating kan gearresteerd en gevangengezet worden op grond van een grote verscheidenheid aan beschuldigingen.

Op 17 maart 2017 veroordeelde rechter Mohammad Moghisseh van Kamer 28 van de Revolutionaire Rechtbank in Teheran Khosravi en Ilkhani tot zes jaar gevangenisstraf wegens “belediging van het heilige” en “propaganda tegen de staat.” 

Ilkhani wacht op het moment in Iran de uitspraak in zijn beroep af, maar Khosravi verliet het land algauw na het vonnis in eerste aanleg en zoekt nu in een ander land asiel na zijn opvang in Turkije door de UNO-Vluchtelingenorganisatie UNHCR.

“Ik ben nu 24 jaar en heb in angst geleefd sinds onze arrestatie,” verklaarde Khosravi. “Na de uitspraak van de rechtbank realiseerde ik me dat ik zes jaar gevangenis riskeer, of misschien iets minder, als het vonnis in beroep wat lager zou uitvallen, daarom besloot ik Iran te verlaten.”

“Ik dacht dat ik terechtgesteld zou worden”

Khosravi beschreef zijn arrestatie: “Zeven of acht agenten vielen plotseling ons huis binnen en begonnen overal te zoeken, ook in mijn kamer. Ze namen een aantal van mijn bezittingen in beslag, waarna ze mij boeiden en meenamen.”

Hij vervolgde: “Ze zeiden dat ik ervan beschuldigd werd de profeet te hebben beledigd. Ze arresteerden ook Arash [Ilkhani] op straat toen deze van de universiteit op weg naar huis was. We werden 10 dagen lang door het IRGC Afdeling 2-A van de Evin-gevangenis apart verhoord. Ik werd door vier of vijf agenten verhoord.”

“Lange tijd heb ik gedacht terechtgesteld te zullen worden, maar met de hulp van mijn advocaat, accepteerden mijn ondervragers uiteindelijk dat mijn teksten geen enkele belediging ten aanzien van de profeet of zijn volgelingen inhielden,” Khosravi voegde eraan toe: “Ik had maar één lied over de aard van God.”

Khosravi werd eind november 2015 vrijgelaten, na een borgsom van 100 miljoen tomans (ca. € 25.000). In februari 2016 werd hij opnieuw gearresteerd en nog eens twee maanden vastgezet.

Zijn proces vond in twee zittingen op 18 september en 26 december 2016 plaats.

“Tijdens het proces was de eerste vraag van de rechter wanneer ik met mijn vermeende activiteiten tegen de staat begonnen was. Het leek wel alsof hij er zeker van was dat ik in dergelijke tegen de staat gerichte activiteiten verwikkeld was,” zei Khosravi. “Ik zei hem dat ik niets om de staat gaf. Hij vroeg mij daarop waarom ik dan dergelijke teksten geschreven en gezongen had.”

“Tijdens de tweede zitting vroeg rechter Moghisseh mij opnieuw wat mijn intentie geweest was bij het zingen van dergelijke teksten, en ik moest mijn contacten openbaren, waarbij de zitting niet meer dan 15 minuten duurde,” zei hij tenslotte.