Uitbreiding van het mandaat van de Speciale UNO-Rapporteur - 24 maart 2018

onderstreept de noodzaak van de verwijzing van de misdaden van het regime naar de Veiligheidsraad

Het Iraanse Verzet omarmt volmondig de uitbreiding van het mandaat van de Speciale UNO-Rapporteur over de situatie van de mensenrechten in Iran. Naar aanleiding van de herdenking van de onlangs overleden Speciale Rapporteur Asma Jahangir roept het  Iraanse Verzet op tot de vorming van een UNO-onderzoekscommissie m.b.t. de misdaden van het mullah-regime, in het bijzonder een onderzoek naar de afslachting van politieke gevangenen in 1988, tot de verwijzing van dit dossier naar de Veiligheidsraad en tot de berechting van de schuldigen. In haar rapporten had Jahangir de noodzaak van een omvattend en onpartijdig onderzoek naar het bloedbad van 1988 benadrukt.

Vrijdag, 23 maart 2018 nam, ondanks tegengestelde pogingen van het in Iran heersende religieuze fascisme en van een aantal landen die eveneens mensenrechten schenden, de Mensenrechtenraad van de UNO een resolutie aan met een mandaat voor de Speciale Rapporteur voor Iran.

Verwijzend naar resoluties in het verleden van de Raad en van de Algemene Vergadering die het mullah-regime veroordeelden en die het gebrek aan medewerking van het regime bij de oproepen van deze resoluties aan de kaak stelden, begroette de Raad het rapport en de aanbevelingen van de Speciale Rapporteur en sprak zijn diepe bezorgdheid uit over de in het rapport beschreven schendingen en de weigering van Iran om de Speciale Rapporteur tot het land toe te laten.

Het stilzwijgen en passiviteit ten opzichte van het Iraanse regime, dat hoog op de wereldranglijst van mensenrechtenschendingen staat en dat continu UNO-resoluties naast zich neerlegt, is een minachting van de universele mensenrechtenstandaarden en –criteria, die toch aan de wieg van de Verenigde Naties stonden en er nog steeds hun bestaansrecht van vormen.