UNO-Rapport veroordeelt hard optreden, martelingen, afranselingen

 

INTERNATIONAL REACTIONS

 6 maart 2018

 

Iran heeft activisten en politieke opponenten bij een hard optreden tegen de vrijheid van meningsuiting gearresteerd, waarbij ondanks andersluidende beloften toch gemarteld werd, aldus een UNO-rapport van afgelopen maandag.
Het rapport was geschreven door Asma Jahangir, een Pakistaanse mensenrechtenactiviste en advocate, die als de UNO-speciale rapporteur voor de mensenrechten in Iran fungeerde en die vorige maand overleed.
In dit rapport schreef Jahangir dat ze een “zorgwekkende ontwikkeling m.b.t. de mensenrechten-situatie” vastgesteld had sinds haar vorige rapport in augustus.
“Ondanks toezeggingen van de regering zijn er amper of geen verbeteringen gekomen, en indien er wel van verbeteringen sprake was, gingen die heel erg langzaam en slechts stukje bij beetje,” voegde ze eraan toe.
Er kwam geen officiële reactie van de Iraanse autoriteiten.
Het rapport staat op de agenda van de vergadering van de UNO-Raad voor de Mensenrechten volgende week.
Jahangir verklaarde dat zij “gealarmeerd” bleef door het “steeds weerkerende beeld van ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces en de weigering van een dergelijk proces” in het land, waarbij willekeurige gevangenzettingen en het gebruik van martelingen en andere mishandelingen, vooral in de gevangenissen voorkomen.
“De door ons ontvangen rapporten laten een patroon zien van op de gevangenen uitgeoefende fysieke en geestelijke druk om bekentenissen af te dwingen, waarvan een aantal vervolgens uitgezonden worden,” verklaarde de UNO-expert.
De Speciale Rapporteur heeft nooit de toestemming gekregen om Iran te bezoeken, maar ze vertelde dat ze in de afgelopen maanden minstens zes personen gesproken had die het land ontvlucht waren en “die nog de littekens van de bij hun gevangenzetting opgelopen martelingen droegen”.
Jahangir wees op de recente bevindingen van de Vrijheid van Foltering-organisatie over wijdverspreide martelingen bij ondervragingen van gedetineerden, met inbegrip van verkrachtingen en ander seksueel geweld, electro-shocks en amputaties.
Ze sprak haar “grote bezorgdheid [over] systematische ontzegging van medische behandeling voor bepaalde categorieën van gevangenen, in het bijzonder gewetensbezwaarde gevangenen, politieke gevangenen en mensenrechten-activisten.”
Ze riep ook op tot beëindiging van de terechtstellingen, afranselingen en amputaties.
De rapporten noemen 482 terechtstellingen voor 2017 in het land, waaronder vijf minderjarige delinquenten, een dalende lijn na die van 530 in 2016 en 969 in 2015.
Jahangir drong er bij Teheran ook op aan te stoppen met de inzet van zware lijfstraffen, zoals die van 50 zweepslagen en die van vijf verschillende amputaties, die vorig jaar in Iran uitgevoerd werden.
Ondertussen zijn de vrijheden van meningsuiting, die van vereniging en vreedzame vergadering en toegang tot informatievergaring verder ingeperkt.

Pro-democratische activisten, in het bijzonder die met een dubbele nationaliteit, zijn een gewild doelwit voor arrestaties, en volgens de berichten zitten er intussen minstens 30 personen met een dubbele nationaliteit in de gevangenissen sinds 2015.
Jahangir riep op tot persvrijheid en vrije toegang tot het internet, daarbij aantekenend dat de regering in de laatste drie jaar 7 miljoen internet-addressen geblokkeerd heeft.
Journalisten en internet-gebruikers werden gearresteerd en de families van mensen die voor de Perzische dienst van de BBC werken, vertelden Jahangir dat hun verwanten in Iran lastiggrvallen werden, aldus de UNO-expert.
En al die tijd bleven vrouwen, religieuze en ethnische minderheden, en lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender (LGBT)-mensen slachtoffer van discriminatie.