Conferentie roept op tot gerechtigheid in Iran en Syrië

STFA, 26 November 2016 - Deze conferentie in Parijs eist gerechtigheid voor de slachtoffers van het bloedbad in 1988 in Iran en de nog steeds voortdurende slachting van onschuldige mensen in Syrië.
Er werd een video getoond (met live commentaar) van de massagraven in Iran waarin de slachtoffers van het bloedbad in 1988 in het geheim werden begraven. 


Farideh Goudarzi, de eerste spreekster.
"... Mijn echtgenoot, Behzad Afsahi werd in juni 1984 opgehangen na heel lang te zijn gemarteld. En mijn zus, Fariba Goudarzi, is door moordenaars van het regime vermoord tijdens de “Eeuwig Licht” operaties. In 1988 zat ik in eenzame opsluiting in de IRGC gevangenis en werd gedurende 3 maanden gemarteld. Ik was mij niet bewust van wat er buiten de gevangenis gaande was. Later begreep ik dat er elke nacht gevangenen werden meegenomen om te worden geëxecuteerd. Alle overplaatsingen gebeurden in stilte en onder strikte geheimhouding. Mijn broer, Parviz, bevond zich onder de eerste slachtoffers van het bloedbad in 1988 in Hamadan. Na 3 maanden, toen ik uit de eenzame opsluiting kwam, merkte ik dat heel veel gevangenen waren geëxecuteerd. Toen mijn familie naar de rechtbank ging om te vragen naar de situatie van mijn broer, werden ze geconfronteerd met het feit dat heel veel families hetzelfde deden. Hun werd meegedeeld dat hun kinderen waren geëxecuteerd. … Mijn zoon, Iman, werd ook gearresteerd op aanklacht van sympathie met de oppositie van het Iraanse regime. Later besloten we Iran te verlaten en daarom zijn we nu ook hier. Op dit moment wil ik u graag bedanken voor deze campagne om gerechtigheid te zoeken voor diegenen die werden afgeslacht. U bent de stem van alle nabestaanden en het antwoord op hun pijn en lijden. Ik ben hier gekomen om gerechtigheid te zoeken voor de 120.000 martelaren, waaronder ook mijn broer, mijn zus, mijn man en sommige goede vrienden".


Brita Haji Hasan, de derde spreker op deze conferentie, is het hoofd van de gemeenteraad van Aleppo.
“Aleppo wordt belegerd, wordt gebombardeerd en staat in brand. Deze gruweldaad vindt plaats door toedoen van het Iraanse regime, het Assad regime, Rusland en ISIS. ... De misdaden die Iran pleegt in Syrië zijn volstrekt duidelijk. Iran helpt Assad op logistiek gebied en met materieel en stuurt extremistische milities naar Syrië om de mensen daar te vermoorden, in een tevergeefse poging Bashar Assad in het zadel te houden. Qassem Soleimani, commandant van de Quds strijdkrachten van het Iraanse regime heeft het commando over deze dodelijke operaties in Syrië. Ze beïnvloeden ook de etnische samenstelling van de bevolking, door sommige groepen te verjagen. Ook maken ze gebruik van talrijke terroristische milities om bloedbaden aan te richten, in het bijzonder in Aleppo. Maar de Syrische revolutie is nog springlevend en zal succesvol zijn en leiden tot hun (Assads) nederlaag. We streven er naar om het Iraanse regime te verdrijven uit Syrië en de regio. We moeten onze broeders en zusters van de Iraanse vrijheidsbeweging steunen, want zij zijn de belangrijkste tegenstanders van het Iraanse regime die uiteindelijk het regime zullen verslaan.”
François Colcombet, voormalig rechter in Frankrijk, wetgever en medeoprichter van het Franse Comité voor een Democratisch Iran (CFID), zegt:
“Andere sprekers zeiden tijdens deze bijeenkomst dat Iran een zeer oude cultuur en beschaving heeft. Maar helaas hebben de mullahs daar een dictatoriaal regime gevestigd. Dat regime ondersteunt ook het brute regime van Bashar Assad. Het Iraanse regime staat achter Assad. Als Frankrijk zich slap opstelt ten opzichte van het Iraanse regime, zal de situatie in Syrië verergeren. Daarom moeten we ons zeer krachtig opstellen tegen zowel het Iraanse regime, als tegen Bashar Assad.”


Fatoumata Diarra, rechter van het Joegoslavië tribunaal en van het internationale gerechtshof sinds 2003, roept op tot gerechtigheid voor de slachtoffers van het bloedbad in 1988 in Iran:
“In Iran blijft de pijn aanwezig in de harten van de families, omdat er nog steeds geen gerechtigheid is geschied met betrekking tot het gruwelijke bloedbad in 1988. Het is overduidelijk dat de nationale rechtbanken van het regime geen onderzoek gaan instellen naar deze slachting. De minister van justitie van Iran was zelf één van de daders. Daarom is het noodzakelijk dat de internationale gemeenschap het initiatief neemt tot het verkrijgen van gerechtigheid met betrekking tot deze misdaad tegen de menselijkheid.”
Jacques Gaillot, een Franse bisschop en een grote vriend van het Iraanse verzet:
“We moeten deze gruweldaad, dit bloedbad in 1988 in Iran onderzoeken. We moeten aan het licht brengen wat door de mullahs in het geheim werd gedaan. Ik herhaal uw woorden: ‘We kunnen en we zullen gerechtigheid vinden.”


Marcin Święcicki, hoofd van de “Vrienden van een vrij Iran”, lid van het Poolse Parlement, voormalig burgemeester van Warschau en voormalig minister van economische zaken:
“Ik ondersteun uw gevecht om de daders van het bloedbad van politieke gevangenen in Iran in 1988 aansprakelijk te stellen voor hun daden. De slachtoffers van het Iraanse regime zullen, dankzij uw werk. niet worden vergeten.”


David Norris, Iers Senator en voormalig presidentskandidaat in Ierland, die bekend is om zijn betrokkenheid bij burgerrechten, zei:
“Het bloedbad van 1988 in Iran, waarbij zo’n 30.000 politieke gevangenen werden gedood, was een monsterlijke misdaad tegen de menselijkheid.. … Eerder deze week stelden een collega en ik dit bloedbad aan de orde in de Ierse Senaat. Sommigen van de topmensen van toen zijn vandaag nog steeds aan de macht in Iran. De huidige minister van justitie (Mostafa Pour-Mohammadi) was nauw betrokken bij het uitvoeren van deze slachting. Dat is een schande! Wij, de internationale gemeenschap, moeten het Iraanse regime niet laten wegkomen met deze misdaden..”


Dr. Tahar Boumedra, voormalig hoofd van de VN Mensenrechtenorganisatie in Irak zegt:

“Ten behoeve van de JVMI (Justice for the Victims of the 1988 Massacre in Iran) zullen we een objectief rapport met een feitenrelaas presenteren aan de nieuwe Secretaris Generaal van de VN met betrekking tot het bloedbad van 1988 in Iran, opdat de VN de daders van deze misdaden tegen de menselijkheid voor de rechter kan brengen.

De organisatie JVMI is afgelopen zomer in het leven geroepen om diegenen die verdacht worden van misdaden tegen de menselijkheid in 1988 te identificeren en hen volgens internationaal recht te vervolgen.”
Arash Mohammadi, een 25 jarige voormalige politieke gevangene en activistisch student. Hij werd vele malen in Iran gearresteerd vanwege zijn activiteiten tegen het mullah regime tussen 2011 en 2014 en werd onderworpen aan barbaarse folteringen en een onmenselijke behandeling. Hij werd in juni 2014 vrijgelaten en ontsnapte onlangs uit Iran om zich bij het verzet te scharen. Hij zegt:

 “In september 2013, zat ik nog steeds gevangen. Ik las een krantenkop over de aanval van het regime op het verzetskamp Camp Ashraf. Dat was een van de bitterste en moeilijkste momenten uit mijn leven. Ik was een paar van mijn beste vrienden kwijtgeraakt. Ik eer de mensen van de vrijheidsbeweging van Iran die vol trots en o zo dapper hun leven hebben opgeofferd voor de vrijheid van hun volksgenoten. Op zulke momenten denk ik aan de woorden van de vrijheidsstrijder Moussa Khiabani, die zei: “Wees er zeker van dat de waarheid en de vrijheid van denken nooit kan worden vernietigd. Deze toorts zal worden doorgegeven, van de ene in de andere hand.” … Ik ben niet hier bij toeval. Ik ben niet zomaar tot dit punt gekomen. Het is vanwege de offers van deze activisten en martelaren dat ik nu hier bij u ben. Ik wil mijn vrienden en verwanten in de provincie Azerbaijan zeggen dat ik in het spoor treedt van al diegenen die vrijheid en gerechtigheid zoeken sinds 1988. Dit pad is geplaveid met hun levens en we moeten doorgaan op dat pad. Ik ben hier om een stem te geven aan al die kinderen, vrouwen en mannen en aan alle politieke gevangenen en aan mijn vrienden die de vrijheid willen proeven, al is het maar voor 1 seconde. Ik heb besloten het pad van meer dan 120.000 martelaren te volgen. Ik was nog maar 19 jaar toen ik voor het eerst werd gearresteerd door veiligheidsagenten van het Iraanse regime. Nu ben ik 25 jaar en verliet Iran recentelijk. Ik kom uit een land waar kinderen op straat en in fabrieken moeten werken om hun eten te kunnen betalen. Ik kom uit een land waar geestelijken zuur gooien in het gezicht van meisjes, waar moeders in verdriet en rouw worden achtergelaten en kinderen wees zijn. Ik kom uit een land waar het loon van arbeiders bestaat uit zweepslagen. Ik kom uit een plaats waar, zelfs tijdens de zogenaamde gematigde periode, dagelijks minstens 3 mensen worden opgehangen. En onderwijzers, arbeiders, studenten en artiesten verrekken in de gevangenis. Ik kom uit een land waar in 1988 zo’n 30.000 van zijn burgers werden afgeslacht vanwege hun politieke overtuiging. De onderdrukkende regeerders van Iran hebben het land in totale duisternis gehuld en alle wegen naar protest afgesloten. Het volk snakt naar het kleinste beetje zonlicht.”.


Sir Geoffrey Robertson, een advocaat benoemd door de koningin van Engeland, voormalig opperrechter van het internationale gerechtshof van de VN met betrekking tot Sierra Leone en prominent advocaat voor de mensenrechten en auteur van het boek "Het bloedbad van politieke gevangenen in Iran in 1988" zegt:

"Ik schreef een rapport over het bloedbad in 1988. Eind juli 1988, toen de oorlog met Irak eindigde met een geladen wapenstilstand, werden de gevangenissen, die bomvol zaten met tegenstanders van het regime, plotseling hermetisch afgesloten. Alle familiebezoeken werden geweigerd, televisies en radio’s werden uitgezet en kranten opgezegd. Gevangenen werden opgesloten in hun cel, werden niet meer gelucht en mochten niet naar de ziekenzaal. Het enig toegestane bezoek was van een delegatie personen met tulbanden en baarden, die aankwamen in zwarte BMW’s van het regime of met een helikopter bij afgelegen gevangenissen: een religieuze rechter, een openbaar aanklager en een officier van de veiligheidsdienst. Bijna alle gevangenen (het waren er duizenden) die (enigszins) te maken hadden met de oppositie, gingen in een lange parade aan hen voorbij. De delegatie had slechts één vraag aan deze jonge mannen en vrouwen (waarvan de meesten al sinds 1981 gevangen zaten voor deelname aan protesten of het bezit van politiek gevoelig materiaal) en hoewel ze dat toen niet beseften, hing hun leven af van dat ene antwoord. Degenen die toegaven betrokken te zijn bij het verzet in Iran, werden geblinddoekt en in optocht afgevoerd naar de galgen. Ze werden aan hijskranen opgehangen met 4 tegelijk, of met 6 tegelijk hangend aan de voorkant van een platform in een fabriekshal. Sommigen werden in de nacht meegenomen naar militaire barakken, kregen opdracht om hun testament op te maken en werden vervolgens door een vuurpeloton gedood. Hun lichamen werden met desinfectans besproeid en in koelwagens geladen en vervolgens ’s nachts begraven in massagraven. Maanden later ontvingen de families, die wanhopig waren over het lot van hun verwanten, een plastic zak, met daarin de weinige bezittingen van de overledenen. De families werd informatie met betrekking tot de plaats van de graven geweigerd en het publiekelijk rouwen over de overledenen werd niet toegestaan. Tegen half augustus 1988 waren al duizenden gevangenen door het regime op deze manier gedood, zonder rechtszaak, zonder de mogelijkheid van beroep en totaal genadeloos."


Shabnam Madadzadeh:
“Ik roep alle Europese landen en alle internationale organisaties op om te luisteren naar de stem van het Iraanse volk, de stem van rouwende moeders, de stem van martelaren, de stem van alle families van slachtoffers van het bloedbad in 1988, de stem van de politieke gevangenen in Iran. … Het Iraanse volk veroordeelt iedere vorm van verbintenissen of deals met het regime en zegt dat door het blijven onderhouden van dergelijke relaties en het zwijgen over de misdaden van dit regime er nog meer galgen zullen komen te staan in de straten van Iran. Uw deals hebben hun prijs, namelijk het bloed en het leven van mensen. Het Iraanse volk is er van overtuigd dat het regime, dat gezworen heeft om mensen en menselijkheid te vernietigen, zal worden omvergeworpen door het Iraanse verzet.´
Shabnam Madadzadeh, een andere politieke gevangene  werd in 2009 gearresteerd toen ze student was en meedeed aan protesten. Zij zat 5 jaar in één van de meest beruchte gevangenissen in Iran. Haar oudere broer en zus werden gedood tijdens de aanval op Camp Ashraf (Irak) in 2011, toen ze zelf in de Evin gevangenis zat. Ze kon recentelijk uit Iran vluchten en zich aansluiten bij het verzet. Nu is ze hier:
“Ik wil u vanaf hier laten weten dat ik beloof om altijd aan uw kant te staan en uw stem te zijn bij het zoeken naar gerechtigheid. Ik beloof om dit verhaal wereldkundig te maken. Terwijl de wisselende herinneringen aan mijn verblijf in de gevangenis door mijn hoofd gaan, zweer ik dat ik deel uitmaak van de beweging die gerechtigheid zoekt, die nu groeit en zich uitbreidt, opdat we de brute geestelijken voor het gerecht kunnen brengen voor het afslachten van duizenden onschuldigen.”

 “Vandaag sta ik voor u om stem te geven aan hen die gerechtigheid zoeken en menselijkheid, aan de activisten en volhardende politieke gevangenen in Iran. Ik geef stem aan mijn Christelijke en Bahai vrienden, die het regime uitsluitend om hun geloof vastzet en aan al die veerkrachtige vrouwen die in de gevangenissen zitten. De stemmen van mijn lieve zus en mijn held Maryam Akbari Monfared een onschuldige moeder van 3 kinderen die al meer dan 7 jaar gevangen zit. Toen ze haar arresteerden, was haar dochtertje Sara nog maar 4 jaar oud. Maar, zelfs in de zwaarste en donkerste dagen gaf Maryam het niet op.”
 “Zoals een dauwdruppel voortkomt uit de oceaan (van tranen) vanuit jullie doordringende ogen, die vol overtuiging en zekerheid glimmen, heb ik me nu gevoegd bij de krachtige zee van de vrijheidsbeweging, zodat ik verder kan groeien. Ik kom naar u vanuit de depressieve en onderdrukte straten van Iran, die zijn gevuld met hijskranen om burgers aan op te hangen. Ik voeg me bij u, die de zware last draagt van het lijden van het Iraanse volk, in het bijzonder dat van de vrouwen en meisjes in ons thuisland. Ik kom uit de rijen van activisten en nooit opgevende studenten die u berichten hebben gezonden. Ik heb vele berichten bij me voor u van onschuldige vrouwen en meisjes in de Evin, Gohardasht en Qarchak gevangenissen, die mij vertelden dat ze nergens een veilige toevlucht hebben en dat ze worden gemarteld en in illegale ruimten worden opgesloten en worden verkracht door hun folteraars. … Deze vrouwen en meisjes hebben hun tijd doorgebracht onder de moeilijkste omstandigheden, terwijl ze wachtten op hun doodstraf. Ze stierven een langzame dood in de martelkamers van het regime. Ik leg al hun pijn voor u neer, omdat u het enige antwoord bent op hun pijn.”

“Het hele verhaal begon met de woorden … “we kunnen en we zullen”. Die woorden inspireerden mij. Zij transformeerden in mij tot moed, dapperheid en onverzettelijkheid op de campus terwijl ik veiligheidsagenten van het regime in de ogen keek. Die woorden maakten mij dapper toen ik uit alle macht de laatste bolwerken van de vrijheid verdedigde, schouder aan schouder met mijn medestudenten. Deze woorden maakten het mij mogelijk om te spreken over vrijheid en recht op leven. Ze gaven me kracht om tijdens de afschuwelijke aanvallen door veiligheidsagenten tegen onze universiteit en onze vergaderingen staande te blijven. Deze woorden doortrokken mij volkomen. Zij voedden mijn zelfvertrouwen en speelden een cruciale rol om te volharden tijdens mijn eenzame opsluiting. “We kunnen en we zullen” – deze woorden waren de bron van mijn kracht toen ik werd geconfronteerd met het geweld en de geschreeuwde vragen van mijn verhoorders. Ze gaven me overtuiging en vertrouwen toen ik in de verhoorkamer zat, terwijl 6 bewakers om me heen liepen die me bedreigden met marteling en executie. Elke dag van mijn 5 jaren in de gevangenis  waren dit de woorden die mij de belofte van licht en uitzicht op de vrijheid voorhielden. Ik kreeg vleugels en kon uiteindelijk ook vliegen, dankzij jullie inspirerende woorden: 'we kunnen en we zullen.”

“Ik verliet Iran een paar maanden geleden. Ik was 21 jaar en student in mijn derde jaar computerwetenschappen aan de lerarenopleiding in Teheran. Mijn studie werd afgebroken toen mijn broer Farzad en ik werden gearresteerd door veiligheidsagenten van het Iraanse regime, die ons wegvoerden naar de beruchte Evin gevangenis. Ik bracht drie maanden door in eenzame opsluiting, waar ik de meest gewelddadige vormen van psychische en fysieke martelingen moest ondergaan in afdeling 209. Het allerergst was dat ze mijn broer Farzad in mijn bijzijn martelden. Later werd ik door het regime veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en werd verbannen naar de afschuwelijke Gohardasht gevangenis n Karaj. Ik bracht tijd door in de Evin, de Gohardasht en de vreselijke Qarchack Varamin gevangenis. Verschillende perioden, soms tot wel 8 maanden lang per keer, mocht ik geen bezoek ontvangen en niet telefoneren. Maar we putten moet uit het dappere verzet van de inwoners van Camp Ashraf. We werden door hun volharding en fermheid geïnspireerd, zelfs op de moeilijkste momenten van ons leven, zoals toen mijn dierbare vriend, de Koerdische activist Shirin Alam Houli werd geëxecuteerd.”


Ingrid Betancourt, voormalig presidentskandidate in Colombia en lid van de Colombiaanse senaat:
“Ik breng hulde aan de Iraanse politieke gevangene Maryam Akbari-Monfared, die op dit moment in opstand is tegen het regime vanuit de gevangenis. Zij heeft gerechtigheid geëist voor haar gezinsleden die werden afgeslacht tijdens het bloedbad van 1988, alleen omdat ze de democratische oppositie in Iran steunden. “

“Nu de dappere leden van het Iraanse verzet in Camp Liberty vanuit Irak naar Europa zijn verhuisd, is de aanval op het Iraanse regime pas echt begonnen. ... We kunnen nu gaan aanwijzen wie de misdaden tegen de menselijkheid in Iran hebben begaan”.


Mrs Sylvie Fassier, burgemeester van de Franse stad Le Pin en Florence Berthout, burgemeester van het 5e district van Paris.
“In het afgelopen jaar waren er in Iran zo’n 1000 executies” en “We moeten onszelf mobiliseren tegen de misdaden van dit religieuze dictatorschap in Iran .” 

 

 


STFA, Stichting van de Familieleden