De protesten in Iran en de alarmerende trend van minderjarige slachtoffers

De protesten in Iran en de alarmerende trend van minderjarige slachtoffers

Onder de meer dan 400 dodelijke slachtoffers van de huidige Iraanse opstand bevinden zich tientallen minderjarige kinderen. Hun foto's, met hun onschuldige gezichten, circuleren via de sociale media en weerspiegelen de pijn die het regime de Iraniërs heeft aangedaan.

Sarina Ismailzadeh was een 16-jarige aspirant-YouTuber. Een slimme studente, vol leven en energie, met veel dromen en een toekomst in het verschiet. Ze wilde hetzelfde leven leien als andere tieners in vrije landen. Ze ging de straat op om haar door God gegeven recht op vrijheid op te eisen. Maar de veiligheidstroepen van het regime reageerden met slagen, en enkele dagen later overleed ze.

Nika Shakarami is een ander slachtoffer van de wreedheid van het regime. Op video's op sociale media is te zien hoe ze met haar vrienden zingt en van het leven geniet. Ze maakte zich op om haar 17e verjaardag te vieren. Maar ze werd gearresteerd, gemarteld en gedood. De veiligheidstroepen ontnamen zelfs haar moeder het laatste afscheid en begroeven haar heimelijk.

Nima Shafaghdoust, een 16-jarige jongen, raakte gewond tijdens protesten in Urmia, in het noordwesten van Iran. Zijn familie slaagde erin hem naar huis te brengen en zijn wonden te verzorgen. Toch vielen veiligheidstroepen hun huis binnen, ontvoerden hem en overhandigden zijn dode lichaam een paar dagen later aan zijn rouwende ouders.

Tientallen kinderen werden op vrijdag 30 september in Zahedan, in het zuidoosten van Iran, op brute wijze afgeslacht. Deze kinderen gingen naar huis na het vrijdaggebed toen de Revolutionaire Garde (IRGC) het vuur opende op de menigte, waarbij ten minste 82 Baluchi-burgers werden gedood. Dit bloedbad staat onder Iraniërs bekend als "bloedige vrijdag" en is veroordeeld door vele mensenrechten-NGO's, waaronder Amnesty International.

Hoewel hartverscheurend, is het lot van Sarina, Nika, Nima en de de Baluchi-kinderen de laatste, maar niet de minste misdaad van het regime, dat onschuldige kinderen vermoordt.

Het is vermeldenswaard dat de heersende theocratie van Iran tijdens de oorlog tussen Iran en Irak honderdduizenden scholieren naar het oorlogsfront stuurde en hen gebruikte als kanonnenvoer. Deze onschuldige kinderen werden gehersenspoeld en erop uitgestuurd om mijnenvelden schoon te vegen.

Het klerikale regime heeft zijn ontstellend misbruik van de rechten van kinderen de afgelopen jaren voortgezet. Veel kinderdelinquenten zijn de afgelopen jaren door het regime terechtgesteld in een poging het publiek te intimideren. Het Iraanse regime is momenteel de enige beul van jeugdige delinquenten ter wereld.

In een notendop blijft het brute doden van minderjarige kinderen door het regime niet beperkt tot de recente opstand. De recente moorden vinden plaats op het hoogtepunt van de Iraanse crisis van straffeloosheid.

De wereldgemeenschap sluit de ogen voor deze straffeloosheid en versterkt deze, zolang zij verzuimt het regime te veroordelen en te straffen voor zijn misdaden tegen de menselijkheid.

De tijd dringt; de huidige opstand verandert in een revolutie. De internationale gemeenschap moet aan de goede kant van de geschiedenis staan. De enige manier om een einde te maken aan de voortdurende straffeloosheid in Iran en aan de schendingen van de mensenrechten door het regime is de erkenning van het recht op verzet en zelfverdediging van het Iraanse volk. Al het andere zou het regime alleen maar in staat stellen door te gaan met het vermoorden van onschuldige mensen, en vooral van kinderen die hunkeren naar een andere toekomst.