De uitwerking van extreme armoede op lichaam en geest van Iraanse vrouwen

poverty in Iran

Een inkijkje in de verspreiding van extreme armoede in Iran en de “feminisering” ervan als een schending van mensenrechten door het Iraanse regime van moellahs.

Op 17 oktober 1987 verzamelden zich meer dan 100.000 mensen op het Place du Trocadéro in Parijs om de slachtoffers te herdenken van extreme armoede, geweld en hongersnood. De demonstratie leidde tot de instelling van de Werelddag van verzet tegen extreme armoede, die sinds 1992 officieel door de Verenigde Naties wordt erkend als de “Internationale dag voor de uitroeiing van armoede”.

Door kort te kijken naar de verspreiding van armoede in Iran en de “feminisering” ervan, concentreren we ons om deze reden op dit aspect van de mensenrechtenschendingen die door het regime van de moellahs aan het Iraanse volk worden toegebracht. De grove en brute verschijningsvormen van mensenrechtenschendingen in Iran maken van armoede een secundair probleem. Het bestuderen van de verspreiding van extreme armoede onder de Iraanse bevolking en I.h.b. Iraanse vrouwen kan echter een sterke en voldoende reden zijn de heerschappij van de moellahs over dit rijke land onwettig te noemen.

De verzamelde informatie en statistieken vertellen niet het hele verhaal, maar doordat ze volledig zijn ontleend aan opmerkingen van regeringsmedewerkers, experts en de media van het regime zelf, kunnen ze wel degelijk de immense humanitaire tragedie laten zien die zich in Iran ontvouwt.

In vogelvlucht

Slechts enkele maanden na de vorming van de regering van Raisi hebben de prijssijgingen een nieuwe impuls gekregen. De prijzen van spullen die mensen dagelijks nodig hebben zijn met 10 tot 50 procent gestegen.

De kosten voor leven in Iran zijn toegenomen met 32%,

De algehele kwaliteit van leven en de levens en het levensonderhoud van misdeelde vrouwen en gezinnen is gaan grenzen aan rampspoed, in het bijzonder in de context van zowel armoede als de pandemie. De meeste mensen hebben een schrijnend tekort aan voedsel, huisvesting, gezondheidszorg, kleding en andere levensbehoeften, en hun situatie verslechtert met de dag.

De corona-epidemie heeft vele bedrijven tot op de rand van faillissement gebracht, waardoor vele mensen hun werk en inkomen hebben verloren. In deze periode hebben veel families in Iran te maken met een afname van hun inkomsten terwijl ze geconfronteerd worden met een significante stijging van de prijs van dagelijkse boodschappen. De prijs van sommige voedingsmiddelen is bijvoorbeeld met 90% gestegen en de huren van huizen zijn verveelvoudigd.

De toenemende armoede en welig tierende inflatie in Iran horen bij de hoofdoorzaken van het fenomeen dat bekendstaat als kindhuwelijken. Over de verschuiving omhoog van de armoedegrens kan worden gesteld dat “als de armoedegrens voor een gezin van 4 mensen in het land aan het begin van dit jaar [d.w.z., 2021] geschat werd op 12 miljoen toman per maand, ligt die grens vandaag bij 14 miljoen toman per maand”, zei Mohammad Reza Mahboubfar.

Roozbeh Kordoni, hoofd van het Hoger Instituut voor Socialeveiligheidsonderzoek, zei dat het aantal mensen onder de grens van absolute armoede in Iran is verdubbeld.

Het eerste verslag van het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken van de regering-Raisi werd gepubliceerd in augustus 2021. Volgens dit verslag is het aantal mensen onder de armoedegrens in Iran in 2020 uitgekomen op 36 miljoen.

Intussen onthulde Shahab Naderi, in 2017 lid van het parlement, dat 80% van de Iraanse samenleving onder de armoedegrens leeft.

In de laatste 4 jaar met een volledige economische ineenstorting had het Iraanse regime niet de bedoeling de economische situatie van de bevolking te verbeteren; evenmin was het daartoe in staat. De economische statistieken laten een beangstigende gesteldheid van de Iraanse samenleving zien.

De voortzetting van de heerschappij van de moellahs zal leiden tot een nog schralere en schrijnendere situatie voor vrouwen in Iran. Om te overleven zullen vrouwen ertoe worden aangezet afval te verzamelen, te werken als menselijke muildieren, hun organen te verkopen, zich te prostitueren en hun jonge kinderen te verkopen – en dit zijn slechts voorbeelden van de vele rampzalige opties.

Vrouwen hebben te maken met ernstige ongelijkheid in werk

Met de verspreiding van extreme armoede in Iran worden vrouwen geconfronteerd met serieuze ongelijkheid in werk.

In de lente van 2021 waren volgens de officiële statistieken van het Statistisch Centrum van Iran 4,2 miljoen vrouwen geregistreerd als economisch actief, wat neerkomt op 14,1%. Het Centrum ziet iemand als economisch actief als die een baan heeft of op zoek is naar een baan. Met andere woorden: onder deze 4,2 miljoen vrouwen bevinden zich dus ook de vrouwen die werkloos zijn en op zoek zijn naar werk. Tegelijkertijd worden huisvrouwen, gepensioneerden, studenten en iedereen die gefrusteerd is doordat die geen werk kan vinden als economisch inactief en werkloos beschouwd.

Het Centrum schat de grootte van de groep werkende vrouwen in de lente van 2021 op 3,6 miljoen mensen (equivalent aan 11,5 procent). Dit zijn 168.000 mensen minder dan In het jaar ervóór, d.w.z. in de winter van 2020 (1399).

Volgens de statistieken van de plaatsvervangend minister voor Vrouwen- en Gezinszaken in de regering-Rouhani heeft ongeveer 15,3% van de 4.320.000 vrouwen die werk hadden in 2019 hun baan verloren in 2020, en 9 maal meer vrouwen dan mannen hebben hun baan in 2020 verloren. Volgens het verslag is de werkloosheid onder Iraanse vrouwen 3 keer zo hoog als het wereldwijde gemiddelde.

Uit een ander verslag van het Statistisch Centrum van Iran kan worden geconcludeerd dat het percentage van afname in het aantal werkende vrouwen in Iran van het najaar van 2019 tot het najaar van 2020, tijdens het eerste jaar van de covid-19-pandemie, bijna 14 keer hoger was dan dit percentage voor mannen.

“Het is niet mogelijk om een toename in werk- en participatiecijfers voor vrouwen in 2021 te voorspellen”, zei Fatemeh Azizkhani, die economisch onderzoek doet naar de toekomst van werk voor vrouwen. “Dit vooruitzicht is niet haalbaar totdat de infrastructuur aan vrouwen wordt geboden”, voegde ze toe.

De meerderheid van werkende vrouwen is informeel aan het werk

Volgens statistieken die zijn vastgelegd door nieuwsagentschappen van de regering is 60% van het werk In Iran informeel werk. Dit percentage bedraagt in veel Iraanse provincies meer dan 70%. Het door de staat gerunde ILNA-nieuwsagentschap schatte het aantal vrouwen dat informeel aan het werk is op 3 miljoen in maart 2020.

Informele beroepen zijn vatbaarder voor gevolgen van het coronavirus dan formele beroepen. Deze vrouwen behoren tot de kwetsbaarste werkenden op de Iraanse arbeidsmarkt.

Informeel werk komt in verschillende vormen, maar alle vrouwen die erbij betrokken zijn komen soortgelijke problemen tegen. Ze zijn niet verzekerd; ze hebben geen toegang tot medische voorzieningen en hebben geen medisch dossier. Ze hebben niet de voordelen van pensioenen of werkloosheidsverzekeringen, en, als laatste, veiligheids- en arbeidswetgeving dekt hen niet. Soms buiten werkgevers deze vrouwen uit door ze cheques en orderbriefjes uit te laten schrijven, en ze moeten ermee akkoord gaan omdat iedere baan beter is dan werkloosheid voor deze wanhopige vrouwen.

Vrouwen die werken als zelfstandige, zoals venters in publieke ruimtes en metrostations, lijden onder sociale en werkgerelateerde onveiligheid, zoals regelmatige arrestaties en de vernauwing van de ruimte om te werken.

Vrouwen die in familiebedrijven werken worden gedwongen tot uitbuiting door hun mannelijke familieleden.

Al deze problemen hebben zich vermeerder sinds het begin van de covid-19-pandemie. Afnemende vraag in de dienstensector leidde tot de wijdverspreide verdwijning van dit soort werk. Omdat geen enkel regeringsorgaan zich bekommert om de veiligheid en gezondheid van deze vrouwen, hebben ze er altijd alleen voor gestaan en in hun eentje gevochten, en nu staan ze er alleen voor in de coronacrisis!

Fatemeh Ghafouri, hoofd van de Vereniging van Vrouwelijke Ondernemers in de provincie Qazvin, zegt over de manier waarop het klerikale regime het werk van vrouwen benadert: “Organisaties die voor vrouwen opkomen hebben zich alleen gericht op familiezaken en zelfs als ze aandacht besteden aan de economie, zien ze alles in werk vanuit huis, terwijl die vorm van werk niet duurzaam is en niet kan leiden tot het in hun kracht zetten van vrouwen op een wenselijke manier.”

Wat is het inkomen van vrouwen die informeel werk doen?

Mahnaz Ghadirzadeh, een expert op het gebied van arbeidsrelaties, zegt: “Niet alleen de venters die we elke dag in de metro zien of op de stoepen van de stad, maar ook een significant aantal vrouwelijke witte- en blauweboordenwerkers zijn ook werkloos en kunnen geen uitbetaling van een werkloosheidsverzekering ontvangen. We weten dat vele vrouwen via een overeenkomst werken. Secretaresses van artsen, dienstverleners, medewerkers van private kantoren, enz.; in veel gevallen krijgen ze minder dan 1 miljoen toman ($41) en zijn ze niet verzekerd.”

Tayyebeh Siavoshi, een voormalig parlementslid van het regime, zei: “Helaas zijn veel werkende vrouwen ertoe bereid in ongeacht welke omgeving te werken, die aan geen enkele wet voldoet, zelfs voor 400.000 tot 500.000 toman ($16,50 tot $20,50) per maand omdat ze in zo’n financiële nood verkeren. Ze hebben niet alleen geen toegang tot uitkeringen en voorzieningen, maar de werkgever kan wanneer die maar wil van deze medewerkers afkomen, om welke reden dan ook.”

Loondiscriminatie jegens werkende vrouwen

De arbeidsminister van het klerikale regime heeft het minimumloon van 2021 vastgesteld op 4 miljoen toman ($143), inclusief elke bonus en mogelijke subsidie.

Het loon van werkenden dekt slechts 34% van hun uitgaven. Dit betekent dat iemand die fulltime werkt en volledig betaald wordt, in de eerste 10 dagen van de maand het salaris helemaal op maakt. Meer dan 14 miljoen Iraanse werkenden zijn dagelijks bezig met overleven.”

Werkende vrouwen moeten de druk doormaken van de discriminerende wetten en cultuur die de Iraanse arbeidsmarkt domineren. Daarnaast kan de realiteit van de arbeidsomstandigheden van vrouwen in Iran alleen worden vergeleken met slavernij.

Mahnaz Ghadirzadeh, een expert op het gebied van arbeidsrelaties en een vrouwenrechtenactivist, zei tegen het door de staat gerunde nieuwsagentschap ILNA: “Vrouwen verdienen systematisch, en op grond van sommige wetten, minder dan mannen. Vrouwen ontvangen geen toeslagen zoals kinderbijslag, maar los daarvan zien we in sommige gevallen vrouwen aan het werk zijn voor minder dan het minimumloon. Vele vrouwelijke secretaresses in kantoren en de meeste winkelmedewerksters lijden onder loondiscriminatie … In traditionele banen of kleine werkplaatsen vinden we een veelheid aan vrouwen die minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk.” De meeste vrouwen leven van een inkomen van 300.000 tot 400.000 toman per maand.

Qassem Sookhteh-sarai, hoofd van de landbouwunie van de provincie Golestan, zei: “Iraanse vrouwelijke boeren verdienen 60% van het loon van mannen, of ze nu werken in de rijstvelden, met zomergewassen of producten verbouwen voor op de markt.” Productiekosten zijn gestegen in de landbouwsector en mannen accepteren geen lager loon en weigeren te werken, maar vrouwen hebben schrijnende nood aan werk om verschillende redenen, waaronder armoede, dus zij zijn ertoe bereid om te werken voor een veel lager loon. De lonen van vrouwen zijn een derde van die van mannen.

Werkgevers snijden een derde van het loon van vrouwen af onder het voorwendsel dat mannen verantwoordelijk zijn voor huishoudelijke uitgaven. Dit doet onrecht aan de vrouwen die de kostwinner van een huishouden zijn, van wie de meesten dagloners zijn en geen verzekering hebben.

Gedwongen arbeid In familiebedrijven

Ondanks uren zwaar werk per dag ontvangen veel vrouwen geen enkele vorm van salaris. In alle dorpen en zelfs in vele steden dragen vrouwen de centrale last in familiebedrijven naast al het huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen.

Een vrouw uit Rasht die in de rijstvelden werkt, drie kinderen heeft en met haar echtgenoot de afgelopen 25 jaar rijst heeft verbouwd, zei tegen ISNA: “Ik werk in de rijstvelden sinds ik een kind was en ben er nooit voor betaald.”

“Het harde werk dat vrouwen in de rijstvelden doen wordt niet doorberekend in de prijs van rijst”, zei een andere vrouw die rijst verbouwt.

“Onze mannen gaan naar cafés nadat ze rijst hebben geoogst, maar plattelandsvrouwen zijn niet klaar met werken na het oogsten van de rijst. Naast het zorgen voor het huishouden moeten ze ook zorgen voor het (pluim)vee, en handwerkproducten maken om te verkopen” zei een rijstverbouwende boer uit Fooman.