Exclusief interview - Ebrahim Raisi martelde zwangere vrouw

Farideh Goudarzi - Massacre 1988


Zij is een van de getuigen die Ebrahim Raisi persoonlijk in een martelkamer heeft gezien.
Terwijl ze zwanger was en kort daarop zou bevallen, werd ze in Hamedan gearresteerd en naar de gevangenis gebracht om te worden gemarteld en geslagen met een elektrische kabel.
In een interview stelt Farideh Goudarzi zich voor als een tegenstander van het klerikale regime in Iran, die kennis maakte met het verzet tijdens de revolutie van 1979.
In 1983 werd Goudarzi gearresteerd door de autoriteiten van het regime en naar de Hamedan-gevangenis in het noordwesten van Iran gebracht.
"Ik werd samen met mijn man en broer gearresteerd in de zomer van 1983. Ik was zwanger op het moment van arrestatie en zou kort daarop bevallen. Ondanks mijn omstandigheden brachten ze me direct na mijn arrestatie naar de martelkamer," zei ze.
Farideh Goudarzi vertelde exclusief aan STFA: "Het was een donkere kamer met een bank in het midden en een verscheidenheid aan elektrische kabels om gevangenen te slaan. Er waren ongeveer zeven of acht beulen. Een van de mensen die aanwezig was tijdens mijn marteling was Ebrahim Raisi, toenmalig hoofdaanklager van Hamedan en een van de leden van het Comité van de Dood bij de massamoord van 1988."
"Hij stond daar te kijken hoe ik als zwangere vrouw werd gemarteld," onthulde Farideh Goudarzi.
Met betrekking tot de positie en de rol van Raisi bij de onderdrukking en schending van de mensenrechten in Iran, voegt Farideh Goudarzi eraan toe: "Raisi was de aanklager van de provincie Hamadan tot 1985. In die tijd was hij direct betrokken bij de arrestatie, opsluiting, marteling en executie van politieke gevangenen."
In die periode werden gevangenen die beschuldigd werden van moharebeh (oorlog tegen God), opgehangen.
"Ik ken sommige van de slachtoffers persoonlijk. Zo werd Mahnaz Sahrakar, een 16- of 17-jarig meisje, een van de leden van het verzet uit Hamedan, gearresteerd en geëxecuteerd nadat zij in de gevangenis was verkracht."
"Mohammad, een ander lid van het verzet, werd ook gearresteerd in Hamedan. "Zodra hij was gearresteerd, werd hij in een martelkamer gedurende enkele dagen gegeseld tot hij stierf," zei Goudarzi.
Over haar toestand en die van haar baby in eenzame opsluiting zegt Farideh Goudarzi: "Vijftien dagen nadat ik was gearresteerd, beviel ik van mijn zoon, Iman, terwijl ik in vreselijke fysieke en psychologische omstandigheden verkeerde. Ik werd lichamelijk en geestelijk gemarteld. De situatie was verschrikkelijk. Na de geboorte van mijn zoon werden we in eenzame opsluiting geplaatst.
Ik was een moeder met een pasgeboren baby, met meerdere uren verhoor per dag en veel fysieke en mentale marteling. Soms moest ik mijn kind 48 uur lang alleen met water en suiker voeden. Hij was erg ziek. In de stilte van de eenzame opsluiting was het enige geluid dat ik kon horen, het gehuil van mijn zoon Iman, wat ook bij andere gevangenen stress veroorzaakte."
"In één geval, om één uur 's nachts op 25 augustus 1983, bestormden een aantal Revolutionaire Gardisten bruut de isoleercel waar ik werd vastgehouden. Mijn 38 dagen oude baby en ik lagen te slapen. De deur van de cel werd geopend en verscheidene bewakers, allemaal ondervragers, kwamen de cel binnen. Een van hen tilde mijn jonge kind in een slapende positie van de grond en gooide hem van een hoogte van 50-60 cm.
"Mijn geschrokken zoon begon te huilen. Dezelfde bewaker begon de kleren van mijn baby voor mijn ogen uit te trekken. Als moeder die net was bevallen schreeuwde ik, maar niemand schonk aandacht aan mij.
Ebrahim Raisi stond naast de deur van mijn cel en keek naar deze hartverscheurende scène.
"De volgende dag, van 8 uur 's morgens tot 2 uur 's middags, werden mijn zoon en ik naar de rechtbank gebracht voor verhoor. Gedurende 6 uur achter elkaar werd ik in een grote kamer ondervraagd door verschillende ondervragers.
"Tijdens het hele verhoor had mijn zoon honger en huilde van de honger. De bewakers lachten hem gewoon uit.
Een van de ondervragers nam hem van me af, hield hem met een hand vast en gaf hem een klap op zijn rug en keek toe hoe mijn zoon huilde. Raisi was daar ook aanwezig als aanklager".
Aan het eind van het interview vertelde Farideh Goudarzi over het lot van haar familieleden.
Na 11 maanden foltering, gevangenschap en zweepslagen werd Behzad Afsahi in juni 1984 opgehangen aan een bouwkraan, terwijl Raisi naar verluidt toezicht hield op zijn executie.
"In de eerste maand van zijn arrestatie werd mijn man geestesziek door de ondraaglijke druk", aldus Goudarzi.
Mijn broer Parviz Goudarzi werd geëxecuteerd tijdens het bloedbad van politieke gevangenen in 1988. Hij was sinds 1983 gearresteerd. Tijdens de arrestatie werd hij in zijn rechterarm en -been geschoten en raakte ernstig gewond. Hij werd gemarteld op bevel van Ebrahim Raisi. Uiteindelijk werd hij door een rechtbank onder leiding van Raisi veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.
Na zes jaar gevangenschap, foltering en eenzame opsluiting werd hij in 1988 geëxecuteerd tijdens een bloedbad in de gevangenis van Hamadan.
Mijn zus, Fariba Goudarzi, werd in 1988 door agenten van het regime vermoord.
In 1988 zat Farideh Goudarzi drie maanden lang in eenzame opsluiting in de gevangenis van de Revolutionaire Garde, waar zij werd gefolterd, zonder dat zij wist wat er buiten gebeurde. Later hoorde zij dat er elke nacht gevangenen werden meegenomen voor executie en dat alle overplaatsingen in stilte en onder speciale veiligheidsomstandigheden werden uitgevoerd.
Toen Farideh na drie maanden uit de eenzame opsluiting kwam, ontdekte ze dat veel van de gevangenen waren geëxecuteerd.
"Toen mijn familie naar de rechtbank ging om naar de situatie van mijn broer te informeren, ontmoetten zij een groot aantal families die ook naar hun kinderen waren komen vragen en daarbij te horen kregen dat hun kinderen waren geëxecuteerd," herinnerde Farideh zich.
Mijn zoon Iman werd ook in 2012 gearresteerd en naar de Evin-gevangenis gebracht omdat hij protesteerde tegen de schendingen van de mensenrechten in Iran. In 2015 werd hij berecht door rechter Salavati en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Kort nadat hij was vrijgelaten, besloten we Iran te verlaten omdat er geen veiligheid voor ons was."