Iraanse gevangen criticus die de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis meldde, overgeplaatst naar afdeling met "gewone criminelen"

Hossein Hashemi, human rights activist

Een Iraanse gevangen criticus die vastzit in de penitentiaire inrichting van Groot-Teheran (GTP) werd overgeplaatst naar een andere afdeling samen met gewone criminelen, onmiddellijk nadat hij de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis bekend had gemaakt.

 Onder het mom van verhoor werd politiek gevangene Hossein Hashemi op dinsdag 1 juni ontboden. Vervolgens werd hij overgebracht naar de 4e afdeling van de gevangenis, waar hij in dezelfde ruimte werd opgesloten als criminelen die ernstige misdrijven hadden gepleegd, zoals moord, dit in strijd met de Iraanse wet en internationale normen.

Hossein Hashemi, gearresteerd wegens deelname aan de landelijke protesten van november 2019, schreef in mei 2021 een brief vanuit de gevangenis waarin hij de erbarmelijke omstandigheden in de GTP beschreef.

Naar verluidt volgt zijn overplaatsing op een verbale ruzie met Eliassy, de toezichthoudende officier van justitie van de rechtbank van Evin. Deze had eerder gedreigd Hossein Hashemi te verplaatsen naar een plaats waar hij spijt zou krijgen van zijn daden.

De afgelopen dagen heeft Eliassy politieke gevangenen, met name demonstranten die in november 2019 zijn gearresteerd, ermee gedreigd dat zij binnenkort apart zouden worden overgeplaatst naar afdelingen waar gewelddadige criminelen worden vastgehouden.

De afgelopen dagen zijn een aantal politieke gevangenen uit GTP overgebracht naar niet-politieke afdelingen met het excuus dat hun "veiligheids"-aanklachten waren veranderd in niet-politieke aanklachten.

In een brief waarin hij zijn hongerstaking aankondigt, zegt Hossein Hashemi: "Het is bijna 19 uur geleden dat ik in een natte en droge hongerstaking ging. Het laatste wat ik dronk was een kop thee met water vol silica in afdeling 2, waar november-2019-demonstranten worden vastgehouden. Tot nu toe heb ik eten en drinken geweigerd. Vroeg in de ochtend, onder het voorwendsel van een verhoor, hebben ze me uit de politieke afdeling gehaald. Toen ik bij de bewaker kwam, was hij al helemaal voorbereid op mijn overplaatsing. De gevangenisbeambten zeiden dat ik voor ondervraging buiten de afdeling 2 gehaald werd. Ik moest in een busje stappen en ze brachten me naar afdeling 4, tussen de gevangenen die veroordeeld waren voor gewelddadige misdaden, moord of gewapende overvallen. Ongeveer twee jaar geleden hebben ze Alireza Shir Mohammadali onder hetzelfde voorwendsel uit de afdeling gehaald, en na drie dagen hoorden we dat hij dood was. Ik, Hossein Hashemi, een van de demonstranten die in november 2019 werd gearresteerd en tot zes jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, bevind mij in dezelfde situatie als Alireza twee jaar geleden. Het enige verschil is dat ik in een natte en droge hongerstaking ben gegaan. Voordat ik word gedood, neem ik deze stap om mijn stem aan u, het volk van Iran, over te brengen."

Het Iraanse regime is verplicht om gevangenen in verschillende afdelingen te houden op basis van de ernst van hun misdaden en hun antecedenten.

Artikel 69 van het reglement van de gevangenisorganisatie stelt dat: "Alle veroordeelden zullen, na te zijn opgenumen in ommuurde gevangenissen of rehabilitatiecentra, worden gescheiden op basis van het type en de duur van hun straf, eerder strafblad, karakter, zeden en gedrag, in overeenstemming met de besluiten van de Raad voor de Classificatie van Gevangenen."

Door deze schending van het beginsel van de scheiding van misdaden houdt de rechterlijke macht van het regime politieke gevangenen vast te midden van gewone en gevaarlijke misdadigers. Deze gebruikte tactiek bereidt de fysieke eliminatie van de tegenstanders van het regime voor.

Politiek gevangene Alireza Shir Mohammadali werd op 10 juni 2019 doodgestoken door twee gedetineerden in de beruchte Groot-Teheran Penitentiaire Inrichting.

De 21-jarige activist was veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens "het verspreiden van propaganda tegen het regime," en het beledigen van de stichter van het mullah-regime, Khomeini, en de huidige Opperste Leider Ali Khamenei.