Iraanse Koerden riskeren hun levens door sjouwer te worden, gedreven door armoede

Iraanse Koerden riskeren hun levens door sjouwer te worden, gedreven door armoede

Veel inwoners van de Iraanse grensprovincies Kurdistan, Kermanshah en West Azerbaijan kunnen nauwelijks voorzien in hun basisbehoeften. Vandaar dat veel jongeren en ouderen wel “Kolbars” moeten worden, wat sjouwer of drager betekent in het lokale dialect. Deze Kolbars dragen, of op hun eigen rug, of op die van paarden en ezels, zware lasten door de bergen en snelstromende rivieren, hierbij hun levens riskerend.

Schattingen gaan uit van zo’n 80.000 kolbars in Iran. Inclusief hun gezinsleden zijn ongeveer 400.000 mensen afhankelijk van dit werk. Direct en indirect zijn miljoenen bedrijven en winkels en meerdere sectoren afhankelijk van hun transporten. Elk jaar worden tientallen kolbars gedood of raken gewond door de grensbewaking of de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC), die ongestraft hun gang kunnen gaan.  

Door armoede en werkeloosheid gedreven, wordt een grote verscheidenheid aan werkelozen en jongeren tot het kolbar-schap gedwongen. Van oudsher reisden vele seizoenarbeiders vanuit Koerdistan naar industriële centra en constructie projecten in de zuidelijke en oostelijke regio’s van Iran om extra inkomsten voor henzelf en hun families te genereren. Maar in de huidige situatie migreren steeds minder arbeiders, doordat de meeste productiecentra en constructiebedrijven zijn gesloten of ingekrompen en onder controle zijn gekomen van regime gebonden managers en eigenaren. Aan de andere kant betreden elk jaar vele hoog en minder geschoolde jonge mannen en vrouwen de arbeidsmarkt zonder veel perspectief op wat voor werk dan ook. In de context van de catastrofale werkeloosheidscijfers, zoeken vele arbeiders en jonge mensen met verschillende achtergronden hun heil in het werken als kolbar, hierbij hun levens riskerend.