Iran: Een brief van een vrouwelijke politieke gevangene: Protest tegen IRGC is de reden voor mijn gevangenisstraf

 

 24 oktober 2017 

 

STFA - Golrokh Iraei, een vrouwelijke politieke gevangene in de vrouwenafdeling van de Evin- gGevangenis, schreef vorige week een brief als reactie op de overplaatsing van haar man, Arash Sadeqi, van de Evin-gevangenis naar de Rajaei-Shahr-gevangenis in Karaj.

In deze aan de Iraanse minister van buitenlandse zaken, Mohammad Javad Zarif, gerichte brief, nadat deze laatste gezegd had dat alle Iraniërs lid zijn van de Revolutionaire Wachters (IRGC), schreef Golrokh Iraei: “In tegenstelling tot deze visie ben ik, als een Iraanse die mijn hele leven gewijd heb aan de verbetering van de toestand in mijn land, niet alleen geen lid van IRGC, maar zit ik in de gevangenis vanwege mijn protest tegen de door de Revolutionaire Wachters in de samenleving geschapen atmosfeer van onderdrukking.

In haar brief spreekt Iraei over de ontbrekende onafhankelijkheid van de gevangenis- organisatie en over de onmenselijke behandeling van de politieke gevangenen door de gevangenisautoriteiten: “De kwalijke invloed van de gevangenisautoriteiten en hun vijandige houding tegenover de politieke gevangenen blijkt o.a. uit het feit dat medische gegevens van de gevangenen meestal na een korte periode uit hun dossier verdwijnen, waarbij dan hun ziektegeschiedenis helemaal gewist wordt.”

Zij beschouwt de overplaatsing van haar man als een willekeurige daad, begaan door het hoofd van de Evin-gevangenis, die daartoe persoonlijk ingegrepen heeft.

Iraei voegt eraan toe dat de hoofden van gevangenissen herhaaldelijk in de dossiers van politieke gevangenen duiken en op verschillende manieren het vreedzame en kalme leven van de politieke activisten op de afdeling verstoren.

Volgens deze politieke gevangene hoort beïnvloeding van politieke en gewetensbezwaarde gevangenen en samenwerking met de ondervragers en de juridische autoriteiten, alsmede  persoonlijke bemoeienis met het proces, met name als deze gevangenen hardnekkig bij hun overtuiging blijven, tot het instrumentarium.

Hier volgt een deel van haar brief:

“Mijn man, Arash Sadeghi, werd bovendien slachtoffer van de boosaardigheid van de autoriteiten in de Evin-gevangenis, en hij werd als een soort balling overgeplaatst omdat hij niet boog voor hun eisen en niet deed wat zij wilden.”

“De invloed van de gevangenisautoriteiten en de vijandige houding tegenover de politieke gevangenen gaat zover dat de door het ziekenhuis toegestuurde medische gegevens van politieke gevangenen in de regel uit hun medisch dossier verwijderd worden, waardoor hun ziektegeschiedenis compleet gewist wordt en de autoriteiten mogelijke behandelingen van gevangenen in ziekenhuizen tegenwerken en zelfs saboteren.”

“Het ontbreken van tijdige medische behandelingen leidt uiteindelijk tot chirurgische ingrepen en de verwijdering van organen.”

“Het budget van de Gevangenis-organisatie werd gereduceerd ten gevolge van de opname in de sanctielijst. Daarom wentelen ze hun financiële tekorten en behoeften af op de gevangenen. In plaats van op de verlangens van de gevangenen, zowel de gewone gevangenen als de politieke, in te gaan, zeggen ze: ‘We hebben geen middelen,’ en de liefdadigheidsdonaties aan de gevangenen worden in beslag genomen en gebruikt voor de persoonlijke behoeften van het gevangenispersoneel en voor bouwkundige (reparatie)maatregelen aan het gevangenisgebouw...”

Getekend: Golrokh Ebrahimi Iraei

Vrouwenafdeing van de Evin-gevangenis

22 oktober 2017

Golrokh Ebrahimi Iraei en haar man Arash sadeghi werden op 6 september 2014 gearresteerd en in mei 2015 tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld door Kamer 15 van de Revulutionaire Rechtbank van Teheran op beschuldiging van “belediging van de vromen en propaganda tegen het systeem”. Dit vonnis werd door Kamer 15 van het Hof van Beroep in hun afwezigheid bevestigd.

Ebrahimi Iraei werd op 24 oktober 2017 opnieuw gearresteerd door veiligheidsagenten,  plotseling en zonder schriftelijke bescheiden, en overgebracht naar de Evin-gevangenis om de straf van 6 jaar uit te zitten.

Ze werd ervan beschuldigd de middeleeuwse bestraffing in de vorm van ‘steniging’ bekritiseerd te hebben en een godslastering genoemd te hebben, dit alles volgens een ongepubliceerd verhaal.

Andere beschuldigingen tegen haar betroffen het verwerpen van de hijab en van de gezichtssluier door het delen van foto’s van haar zonder hoofddoekje met haar man via  Facebook, verwerping van de sharia-wet m.b.t. Qesas (vergelding), het mede-ondertekenen van een petitie tegen de doodstraf, deelname aan bijeenkomsten ter ondersteuning van politieke gevangenen en ontmoetingen met politieke gevangenen.

Iraei, die eerder een ernstige ziekte onder de leden had gehad, ging de gevangenis in zonder een grondig medisch onderzoek en nu heeft ze dringend medische zorg.

Ze zit op het moment haar straf uit in de vrouwenafdeling van de Evin-gevangenis. Ter gelegenheid van het Nowruz (Nieuwjaar) werd haar straf van 60 naar 30 maanden verlaagd.