Nieuwe sancties tegen regime in Teheran treffen Evin gevangenis

Iraanse jongeren, die gearresteerd werden tijdens de studentenprotesten, zitten met een bedekt gelaat in een gang van de Evin gevangenis

Teheran, zondag 15 juni 2003 – Het Amerikaanse Ministerie van Financiën heeft sancties ingesteld tegen zes Iraniërs en drie organisaties in Iran, ook de beruchte Evin gevangenis in Teheran, wegens het schenden van mensenrechten en andere vormen van mishandeling van Iraanse burgers.

Op 30 mei verklaarde het Bureau voor de controle op buitenlandse bezittingen (OFAC) van het Ministerie van Financiën dat, samen met de gevangenis, er ook sancties waren ingesteld tegen de Ansar-e-Hezbollah en de Hanista Programing Group.

“ De huidige acties zijn gericht tegen de onderdrukking van de eigen bevolking en tegen het verhinderen van haar vrijheden van spreken en van vreedzame vergadering door het regime van Iran”, aldus het Ministerie van Financiën.

Door de regelingen van het OFAC wordt het in het algemeen moeilijker voor een persoon of een organisatie,  om interacties te onderhouden met Amerikaanse en buitenlandse financiële instellingen. Het Ministerie van Financiën had eerst ook al sancties ingesteld tegen de Gevangenisorganisatie in Teheran en tegen een topambtenaar, in verband met “ernstige mensenrechtenschendingen” in Iran, waaronder ook in de Evin-gevangenis. In de laatste verklaring zei het Ministerie: “Gevangenen die vastgehouden worden in de Evin, zijn blootgesteld aan wrede tactieken, uitgevoerd door gevangenisautoriteiten, waaronder verkrachtingen, fysieke aanvallen en elektrische schokken.”

Minstens drie van de personen die geconfronteerd zijn met de sancties, staan ook op de lijst van mensen die banden hebben met Hezbollah, ook wel bekend als Ansar-e-Hezbollah, “voor de rol die het heeft in ernstige mensenrechtenschendingen in Iran.” “ Ansar-e-Hezbollah was verwikkeld in de gewelddadige onderdrukking van Iraanse burgers en heeft gecollaboreerd met de Basiji (paramilitair leger) in de gewelddadige aanval op Iraanse studenten met messen, traangas en tasers”, aldus het OFAC. Het OFAC heeft de groep ook in verband gebracht met “zuuraanvallen” op vrouwen in de stad Isfahan. Abdolhamid Mohtasham, een van de oprichters en belangrijk leider van de groep, is ook gesanctioneerd, aldus Financiën.

De verklaring meldde dat Hanista Programing Group verantwoordelijk was voor “het ontwikkelen van de informatie en communicatie technologieën die zorgden voor computerverstoringen en monitoren (of  volgen) wat kon helpen bij, of mogelijk maken van, ernstige mensenrechtenschendingen door of namens de regering in Teheran.”

Op 24 mei zei het Ministerie van Financiën, dat het bezig was met het instellen van sancties tegen negen Iraniërs en organisaties wegens hulp bij levering van exportgecontroleerde onderdelen en diensten aan gesanctioneerde Iraanse luchtvaartondernemingen.

Twee dagen daarvoor kondigde het Ministerie van Financiën sancties aan tegen Iraanse ambtenaren die banden hebben met het fanatieke Quds leger van het IRGC en met het Iraanse Ballistische raketten programma.