Oproep op Werelddag Tegen de Doodstraf om vrouwenexecuties in Iran te stoppen

Dit jaar staat de Internationale Dag Tegen de Doodstraf in het teken van vrouwen die het risico lopen ter dood veroordeeld te worden, of al ter dood veroordeeld zijn en van vrouwen van wie de doodstraf is herzien in de vorm van verzachting, gratie of zuivering.

De Wereld Coalitie tegen de Doodstraf en Amnesty International hebben vanaf 2002 10 oktober jaarlijks als Werelddag Tegen de Doodstraf uitgeroepen, teneinde stil te staan bij de misère van diegenen die ter dood veroordeeld zijn en in afwachting zijn van hun executie.
De Wereld Coalitie tegen de Doodstraf stelt: “Terwijl wordt gewerkt aan wereldwijde totale afschaffing van de doodstraf voor alle misdaden en voor alle genders, is het cruciaal de alarmbel te luiden over de discriminatie die vrouwen ondergaan en de consequenties hiervan op het uitspreken van een doodstraf.”
In strijd met de internationale wetten die andere strafvormen dan gevangenschap aanbevelen voor vrouwen vanwege hun rol als moeders en verzorgsters, worden vrouwen in Iran niet alleen gevangen gezet, maar zelfs geëxecuteerd. Sinds 2013 zijn in Iran tenminste 121 vrouwen geëxecuteerd.
Het religieuze regime heeft sinds januari 2021 meer dan 267 mensen, waaronder 9 vrouwen, geëxecuteerd. Het echte aantal executies in Iran, en vooral vrouwenexecuties, ligt echter veel hoger: het religieuze regime voert de meeste executies in het geheim uit en er zijn geen getuigen aanwezig bij de executies, behalve de uitvoerders. Deze executies zijn wreed en onrechtvaardig.

Iran is de wereld nummer 1 in executies van vrouwen
Als gevolg van het feit dat het religieuze regime geen categorieën van zwaarte van beraamde moorden hanteert, wordt iedereen die een moord begaat ter dood veroordeeld, ongeacht de motieven. Vele vrouwen die in Iran voor moord veroordeeld worden zijn zelf slachtoffer van geweld tegen vrouwen en hebben een moord begaan uit zelfverdediging. De processen en opgelegde straffen zijn in hoge mate unfair.
Politieke gevangene Golrokh Ebrahimi Iraee heeft op 27 juli 2019 een brief geschreven waarin zij vrouwen beschreef die ter dood waren veroordeeld voor moord: “In contact met vrouwen schuldig bevonden aan moord, kwam ik er achter dat een groot gedeelte hun echtgenoot had vermoord – in een opwelling of uit voorbedachte rade – na jaren van vernedering, beschuldiging, slaag en zelfs marteling en doordat zij niet het recht hadden om te scheiden. Zij zijn er echter van overtuigd dat als ook maar een van hun vele scheidingsverzoeken was toegewezen, zij een dergelijke misdaad niet zouden hebben begaan.”
Mohabbat Mahmoudi, een 64-jarige moeder van 5 kinderen, is een van de vrouwen in de Urmia gevangenis die in afwachting is van de uitvoering van de haar opgelegde doodstraf. Bij haar duurt dit al 20 jaar en ze heeft 18 jaar geen verlof gehad.
Mohabbat Mahmoudi is op 21 april 2001 gearresteerd op beschuldiging van moord op een man die bij haar thuis had ingebroken en onder bedreiging van een mes haar wilde verkrachten. Sindsdien zit zij vast in de Urmia Centrale Gevangenis met een eenmalige verlofregeling van enkele dagen, bijna 20 jaar geleden.
Mohabbat en haar schoondochter waren thuis op de dag van dit vreselijke incident, toen om 8 uur ‘s ochtends Hatam Mahmoudi Gonbadi gewapend met een mes het huis binnenkwam met de intentie Mohabbat en haar schoondochter te verkrachten. Hij stak Mohabbat drie maal met het mes in haar zij en onderbuik en weigerde het huis te verlaten. Hierop richtte Mohabbat een wapen op hem en vuurde intuïtief, met als gevolg dat de overtreder aan opgelopen schotwonden is overleden. Toen politiemensen ter plekke arriveerden, had het slachtoffer zijn mes nog in de hand. Het hof heeft Mevr. Mahmoudi niettemin ter dood veroordeeld.
Een van de vreselijkste gevallen van vrouwenexecutie in Iran heeft in februari 2021 plaatsgevonden: een vrouw, die in afwachting van haar executie was overleden aan een hartaanval, is daarna alsnog opgehangen. De vrouw, Zahra Esmaili, moest, op haar beurt wachtend, toekijken bij het ophangen van 16 mannen in de Rajai Shahr gevangenis, ten westen van Teheran.
Deze moeder van twee kinderen was veroordeeld voor het vermoorden van haar echtgenoot die, volgens The Times, een senior medewerker van het Ministerie van Veiligheid was. Haar advocaat, Omid Moradi, claimde misbruik van haar en hun dochter door haar echtgenoot en dat uit zelfverdediging was gehandeld.